De vijf dimensies van bruikbaarheid
Whitney Quesenbery introduceerde acht jaar geleden een bruikbaarheidsmodel met vijf dimensies. Dit kan worden ingezet om duidelijk te maken welk soort bruikbaarheid ('usability') nodig is, om het ontwerpproces te sturen en, na afloop, om het resultaat te evalueren.
Bruikbaarheid en informatie-ontwerp
In 2003 verscheen de wetenschappelijke bundel Content and Complexity: Information Design in Technical Communication. Een bonte selectie artikelen waarin onder meer wordt geprobeerd een definitie te geven van 'information design' (valt nog niet mee!) en de link wordt gelegd wordt met allerlei andere vakgebieden die eraan raken. Eén van die gebieden is bruikbaarheid.
Dimensies
Consultant Whitney Quesenbery (@whitneyq), destijds werkzaam bij ontwerpbureau Cognetics, introduceerde in haar bijdrage vijf dimensies van bruikbaarheid:
- Doelgericht: In hoeverre stelt een product de gebruiker in staat haar doel te bereiken?
- Efficiënt: Hoe snel kan een gebruiker dat (accuraat) doen?
- Aantrekkelijk: Hoe prettig of bevredigend is het gebruik van het product?
- Foutvriendelijk: Helpt het ontwerp fouten te vermijden en te herstellen als een gebruiker er toch een maakt?
- Leerbaar: Hoe goed ondersteunt het product initiële oriëntatie en een dieper begrip van de mogelijkheden?
Model
Deze dimensies hebben natuurlijk een onderlinge afhankelijkheid. Samen vormen ze een model dat volgens de auteur de relaties tussen stukken content, de presentatie en het gebruik ervan, helpt begrijpen. (Zie hier waarom het artikel een plek heeft in een boek over 'information design'.) Een dergelijk begrip stuurt vervolgens het maken van het visueel ontwerp, informatie-ontwerp en een navigatiestructuur tot een geheel dat voldoet aan de wensen van gebruikers.
Drie toepassingen
Quesenbery laat zien hoe ze deze dimensies op drie verschillende manieren inzet. Dat vind ik interessant. De vijf dimensies kunnen volgens haar
- in een vroeg stadium van een project antwoord geven op de vraag welk soort usability nodig is. Ze onderscheidt daarbij
- bruikbaarheid als resultaat (een bruikbaar product)
- bruikbaarheid als proces of methode (vaste stappen in een gebruikersgericht ontwerpproces)
- bruikbaarheid als techniek (toegespitst op gebruikerstesten)
- bruikbaarheid als filosofie (ontwerpen voor gebruikersbehoeften, streven naar een excellente gebruikerservaring)
- als hulpmiddel worden ingezet om het ontwerpproces te sturen. De dimensies helpen dan om:
- ontwerpprioriteiten tussen verschillende applicaties tegen elkaar af te zetten. Ze gebruikt als voorbeeld het verschil tussen de algemene website van een museum en een speciale site voor een tentoonstelling.
- eisen aan producten te onderscheiden voor verschillende typen gebruikers. Iemand die een salarissysteem alleen maar gebruikt om wekelijks zijn uren in te voeren heeft andere wensen dan iemand die er een correcte salarisstrook uit moet halen.
- bruikbaarheidsdoelstellingen te formuleren waar het product aan moet voldoen. Een registratiesysteem voor een conferentie moet bijvoorbeeld foutjes tolereren, want je wilt niet het risico lopen dat mensen zich niet inschrijven omdat het te ingewikkeld is. Aan de andere kant mogen er geen vergissingen staan op het naamkaartje dat uit het systeem rolt.
- als evaluatiecriteria worden gebruikt nadat het product is opgeleverd. Bruikbaarheidsmissers kunnen dan worden geanalyseerd aan de hand van de vijf dimensies.