De gebruikservaring van een aanspreekvorm
'Zullen we maar 'je' en 'jij' zeggen?
Je ontmoet een onbekende en raakt in gesprek. Direct moeten beide gesprekspartners bepalen of ze de ander met 'je' of met 'u' aanspreken. Als die, vaak intuïtieve, keuze eenmaal is gemaakt, moeten ze hem volhouden. Al gebeurt het bij het u-zeggen, als de sfeer verandert van formeel in losjes, nogal eens dat één van de gesprekspartners op een gegeven moment voorstelt: zullen we maar 'je' en 'jij' zeggen?
Nederlands is een taal met een zogeheten 't-v-distinctie': een verschil tussen de jij-vorm (Latijn: tu) en de u-vorm (Latijn: vos). Er zijn talen, en niet de minste (denk aan het Engels), die dit vormverschil niet kennen.
Pratend kun je nog van de ene aanspreekvorm op de andere overstappen. Schrijvend ligt dat moeilijker. Wie content maakt of bewerkt voor een website, moet zich vooraf goed afvragen welke aanspreekvorm er wordt gebruikt. Als de content daartoe gelegenheid biedt kan er ook worden gekozen voor een gebiedende wijs zonder 'je' of 'uw' ('Geef verhuisdatum op'). Zeker zo belangrijk is het consequent doorvoeren van de keuze. Zoniet, dan gaat dat ten koste van de gebruikservaring: het doet afbreuk aan het vertrouwen van de gebruiker in de getoonde informatie.
Dat consequent doorvoeren lukt niet altijd. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom de gebruiker op een website de ene keer met 'je' wordt aangesproken, en een andere keer met 'u'.
- Slechte redactie;
- Verschillende doelgroepen, die verschillend moeten worden aangesproken;
- Verschillende beheerders: Bepaalde teksten worden beheerd op basis van redactierichtlijnen, andere teksten niet;
- Verschillende bronnen: Een deel van de website of applicatie wordt extern van content voorzien (stream, iframe, externe banner, RSS), waarbij de aanspreekvorm van de externe content afwijkend is;
- Verschillende kanalen.
Slechte redactie
Dit komt met name voor bij content die niet zorgvuldig is geredigeerd door de webredacteur, maar waarbij bestaande tekstfragmenten zonder omhaal met het bekende proces van knippen en plakken worden hergebruikt. Op professionele websites kom je nog maar zelden content tegen die van a tot z, zeg maar ambachtelijk, is geschreven (met uitzondering van blogposts en tweets). Veelal betreft het content die bij elkaar is geharkt uit één of meerdere brondocumenten. Als de aanspreekvorm in die brondocumenten verschilt, is het zaak zeer zorgvuldig te redigeren. Een extra leesronde uit te voeren, waarbij je specifiek kijkt naar de aanspreekvorm. Onzorgvuldigheid leidt tot dit soort teksten:

Dit voorbeeld is afkomstig van vrouwenpensioen.nl, een site van de FNV Vrouwenbond die is gewijd aan het pensioen. Juist het pensioen is een ingewikkelde materie waarbij je verwacht dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht. De juistheid van de informatie op de site moet boven alle twijfel zijn verheven. Terwijl dit soort slordigheden in de redactie mij als gebruiker juist aan het twijfelen zet – terecht of niet - over de betrachte zorgvuldigheid en dus over de geloofwaardigheid.
Verschillende doelgroepen
Ik heb eens teksten gemaakt voor een bedrijf, dat zich richtte op volwassenen, maar dat ook een speciale jongerenpagina in haar site opnam. Het contentmanagementsysteem nam automatisch de introductieregel van elke pagina over op een bovenliggende introductiepagina. Op die pagina stond dus bijna alle onderliggende content in de u-vorm, behalve de introteksten voor de jongerenpagina, waarin 'jij' en 'jouw' werden gebruikt. Een tekst als 'Hier vindt u volop informatie voor uw schoolproject of werkstuk' doet immers belachelijk aan.
Zo'n stijlbreuk op een introductiepagina brengt de bezoeker in verwarring. Waarom zou hij het ene moment met 'u' en het andere moment met 'jij' worden aangesproken? Dat de content van karakter verandert wil toch niet zeggen dat de gebruiker ineens een ander persoon is geworden? De oplossing werd in dit geval gevonden door helemaal geen voornaamwoorden te gebruiken in de introteksten.
Als de content dat mogelijk maakt is het een goed idee de twee doelgroepen – jongeren en volwassenen – hun eigen subsite te geven. Binnen de subsites kun je de gebruiker weer consequent met 'u' of 'je' aanspreken. Ook in vormgeving, tekstgroottes of onderwerpen kun je de site dan laten aansluiten op de beoogde gebruikers. Zo heeft de website drankjewel.nl een subsite voor jongeren tot achttien:

En een deel voor volwassenen, waar de gebruiker consequent met 'u' wordt aangesproken. (Alleen de domeinnaam verandert niet in drankuwel.nl).

Verschillende beheerders
Deze klassieker kom je nog regelmatig tegen op sites waarvan de redactieregels goed doordacht en consequent zijn doorgevoerd, althans voor wat betreft de content die in het content management systeem is opgenomen. Blijkt er ook nog content te zijn die rechtstreeks in de code wordt ingeklopt (bijvoorbeeld systeemmeldingen of helpteksten) zonder tussenkomst van een redacteur. Veelal door een ontwikkelaar die niets weet van redactierichtlijnen of zich er niets van aantrekt. Dus al doet Sonja Bakker haar best om haar klanten met 'je' aan te spreken, ze is geslagen als de content uit een rekenmodule te voorschijn komt:

Dit fenomeen is wel flink teruggedrongen doordat steeds beter gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden tekstuele ondersteuning en statusinformatie te vertonen op een pagina.
Verschillende bronnen
De bedenker van een site waar men champagne online kan bestellen spreekt zijn klanten met 'u' aan. Het gaat hier duidelijk niet om jongeren, maar eerder om volwassen mensen die een aardige cent te besteden hebben. 'U' dus. Dat gaat goed totdat er externe content moet worden opgenomen, zoals in dit geval een vraag uit de Nationale Wetenschapsquiz die over champagne gaat, waarin de gebruiker met 'je' wordt aangesproken. Wie de vraag ('Hoe behoud je...') beantwoordt krijgt de melding 'Dank u voor uw bijdrage'.

Maar ja, wat kun je anders? De Nationale Wetenschapsquiz zal, bij het overnemen van haar vraag, niet toestaan dat er in de tekst wijzigingen worden aangebracht. Als een stijlbreuk onvermijdelijk is dan kun je in ieder geval proberen visueel duidelijk te maken, door kleur- of fontgebruik, dat de betreffende content van een externe bron komt.
Inconsistentie over verschillende kanalen
Dit heet ook wel de crossmediale stijlbreuk. Denk aan de volgende situatie. Op de site van een dienstverlenend bedrijf, gericht op ondernemers, word ik met 'u' aangesproken.

De website bevat echter ook een promo, de teksten in dat filmpje komen van het reclamebureau. Daarin word ik met 'je' aangesproken.

En als ik van de site een SMS ontvang is het weer 'u' geworden.

'T-V-distinctie' opheffen?
In zijn radioprogramma Ronflonflon probeerde programmamaker Wim T. Schippers de 't-v-distinctie' de das om te doen door zijn gesprekspartners consequent met 'joe' aan te spreken. Maar het heeft geen algemeen gevolg gevonden. En dat is soms best spijtig voor de webredacteur. En blijft het zaak om –vanaf de vroegste ontwerpfasen – een duidelijk besluit te hebben over de aanspreekvorm.
Trackback
De URI om een Trackback naar dit bericht te sturen is: http://www.ddux.org/artikelen/archive/2009/01/20/de-gebruikservaring-van-een-aanspreekvorm/trackbackPuristen aller landen, verenigT u?
De enige persoon die ik ooit 'U is' hoorde gebruiken was de hyperformeel sprekende Sjef van Oekel (ook al een creatie van Wim T. Schippers).
Het gebruik van u hebt / u heeft is vast niet alleen een kwestie van onwetendheid. Zou het ook een culturele component hebben? Dat we eigenlijk wars zijn van formeel gedoe? Vooral niet als stijfjes willen overkomen? En dat we als anti-autoritaire Hollanders 'zelf wel even uitmaken' wat de beste vorm is?
En hoe zit het met u als 2e persoon?
Het is voor webredacteuren inderdaad belangrijk om in een vroeg stadium een keuze te maken voor 'u' of 'je'. Als de voorkeur uitgaat naar 'u' staat de redacteur voor een tweede keuze. Gebruikt hij/zij 'u' als 2e persoon enkelvoud (volgens de huidige taalregels) of als 3e persoon enkelvoud (volgens de vroegere taalregels)?
Doorgaans lees ik op websites 'u heeft', dus 'u' als 3e persoon enkelvoud. Vervolgens staat er twee zinnen later 'u bent', 'u' als 2e persoon enkelvoud. Als de redacteur consistent was geweest, zou hij hebben gekozen voor 'u is'. Hierin komt duidelijk het uiterst formele karakter van 'u' als 3e persoon enkelvoud terug. Wellicht is dat de reden dat wij het gebruik hiervan slechts bij onze zuiderburen wel eens terugzien of terughoren. Nederlanders gebruiken in de spreektaal 'u heeft' en 'u bent' naar hartelust door elkaar. Dit geldt ook voor redacteuren, want helaas hebben de meesten weinig op met 'u hebt', terwijl het wel de correcte vorm is.
Kortom, de descriptieve grammatica snelt ook hier de prescriptieve grammatica weer eens vooruit. Misschien tijd om 'u' helemaal te schrappen en de opmars van anglicismen ook voort te zetten in de Nederlandse grammatica?